Innovatie

Toelichting margerapport

Een margerapport toont een ondernemer hoeveel winst zijn bedrijf in de afgelopen maand heeft gemaakt, en geeft de ondernemer een goed beeld van de ‘gezondheid’ van zijn bedrijf. Dit rapport wordt op het niveau van afdelingen en/of sub(categorieen) samengesteld. Bovenstaand voorbeeld wordt hierna per regel (16 in totaal) toegelicht.

  1. De startvoorraad van een afdeling of (sub)categorie aan het begin van de maand wordt uitgedrukt in zowel inkoop- als verkoopwaarde (euro’s). De meest fundamentele formule in de detailhandel luidt als volgt: inkoopprijs + brutowinstopslag = verkoopprijs. Deze formule wordt hier in feite toegepast op het niveau van de afdeling/(sub)categorie: Verkoopwaarde = inkoopwaarde + brutowinst = € 25.000 + € 37.000 = € 62.000.
  2. De ontvangen goederen die behoren tot de betreffende afdeling/(sub)categorie hebben in het voorbeeldrapport een inkoopwaarde van € 12.000 en hebben een prijskaartje gekregen van in totaal € 24.000. De verkoopwaarde is dus exact het dubbele van de inkoopwaarde.
  3. Deze regel heeft betrekking op de prijsverhogingen. Van een aantal artikelen is in de betreffende maand de verkoopprijs verhoogd (in totaal betekent dit een verhoging van de verkoopwaarde van € 1.000). Een reden voor een prijsverhoging kan zijn dat de concurrentie haar prijzen eerst heeft verhoogd, of juist het gebrek aan concurrentie voor het betreffende artikel.
  4. Zodra de hiervoor besproken cijfers bij elkaar worden opgeteld, krijgt men de inkoop- en verkoopwaarde van de voorraad. Dit is de voorraad, uitgedrukt in euro’s waarvoor men in de betreffende maand verantwoording moet afleggen. Als men van alle artikelen, die deel uitmaken van deze voorraad, de prijskaartjes bij elkaar op zou tellen, dan zou men uit moeten komen op de in deze regel genoemde verkoopwaarde.
  5. De brutomarge op de voorraad is een theoretisch getal. Dit getal geeft de potentiële winst aan die u zou maken als u alle artikelen uit uw voorraad tegen de huidige verkoopprijs zou verkopen. In werkelijkheid zal dit echter nooit gebeuren. De marge die we in het voorbeeldrapport zien (57,5%) is extreem hoog voor artikelgroepen die worden verkocht in een supermarkt, maar is redelijk normaal voor een kledingspeciaalzaak.
  6. Deze regel gaat in op de omzet. Het rapport laat zien dat er in de betreffende maand voor € 21.000 aan artikelen uit de betreffende afdeling/(sub)categorie is verkocht (bruto-omzet), maar dat er in deze maand voor € 1.000 aan artikelen uit deze groep is geretourneerd. Netto betekent dit dat er in deze maand voor € 20.000 aan artikelen uit de betreffende groep is verkocht (netto-omzet). Deze netto-omzet levert normaal gesproken veruit de grootste bijdrage aan de vermindering van de verkoopwaarde van de voorraad gedurende de betreffende maand.
  7. Er worden echter ook nog een aantal andere vormen van voorraadvermindering weergegeven in het overzicht. Het is goed om dit gedetailleerd uit te splitsen, omdat u hierdoor betere informatie krijgt om uw voorraad efficiënter te beheren en ook beter geïnformeerde inkoopbeslissingen te nemen. Een van de meest gebruikte manieren om de verkoop van bepaalde artikelen in de winkel te stimuleren, is een prijsverlaging (een kortingsactie).
    Er zijn twee soorten prijsverlagingen te onderscheiden: vaste en tijdelijke prijsverlagingen. Vaste prijsverlagingen zijn vaste, definitieve prijsreducties. In het voorbeeldrapport leiden deze reducties tot een vermindering van de verkoopwaarde van de voorraad van € 2.000.
  8. De tijdelijke, promotionele kortingsacties leiden tot een vermindering van de voorraad van € 1.500. Deze prijsverlagingen gelden slechts voor een beperkte periode. In de berekening worden alleen maar de prijsverlagingen van daadwerkelijk verkochte artikelen tijdens de kortingsperiode meegenomen.
  9. Werknemerskortingen zijn kortingen die een ondernemer toekent aan zijn winkelpersoneel.
  10. Ad hoc kortingen zijn prijsverlagingen die bevoegd verkooppersoneel of de ondernemer zelf toekennen aan een artikel tijdens het verkoopgesprek met een klant. De klant heeft bv. een beschadiging gezien, of het product zit tegen het verloop van zijn houdbaarheidsdatum aan, en de klant probeert er een lagere prijs uit te slepen. Als een ondernemer of verkoopmedewerker deze lagere prijs afspreekt is er sprake van ad hoc kortingen. In het voorbeeld gaat het in de betreffende maand om een totaal van € 500 aan ad hoc kortingen.
  11. De laatste oorzaak van voorraadvermindering die in het rapport wordt weergegeven, is derving (diefstal, verlies door administratieve fouten, bederf e.d.). Het percentage derving (standaard wordt uitgegaan van 1% van de omzet) heeft betrekking op de verkoopwaarde van de artikelen die de winkel (of magazijn) verlaten, zonder dat ze zijn afgerekend.
  12. In deze regel staat de optelsom (verkoopwaarde uitgedrukt in euro’s) van de getallen die in regel 6 t/m 11 zijn genoemd. Dit is de totale voorraadvermindering en deze is gelijk aan de verkoopwaarde van alle artikelen die de winkel (en het magazijn) hebben verlaten. In het voorbeeldrapport komt dit neer op € 24.700.
  13. De totale voorraadvermindering kan niet alleen in verkoopwaarde worden uitgedrukt, maar ook in inkoopwaarde. Dit wordt dan meestal de ‘kosten verkochte goederen’ genoemd. Deze kunnen worden berekend door de brutowinstmarge op de voorraad af te trekken van de verkoopwaarde van de voorraad (= 100%), en dit te vermenigvuldigen met de totale voorraadvermindering. In het voorbeeldrapport komen we dan uit op € 10.497,50.
  14. De brutowinst kunnen we vervolgens berekenen door de kosten verkochte goederen af te trekken van de netto-omzet. In het voorbeeldrapport komt dit neer op € 9.502,50. En als we dit bedrag vervolgens weer delen door de netto-omzet, dan krijgen we de brutomarge in de betreffende maand. Deze komt neer op 47,5% in het voorbeeldrapport. We zien in dit voorbeeld dat de theoretische brutomarge op de voorraad (zie toelichting regel 5) is “afgenomen” van 57,5% (de theoretisch optimale marge) naar 47,5% (de marge in de praktijk). Dit is een daling van 10% als gevolg van diverse prijsreducties en derving. Dit hoeft op zich geen probleem te zijn, zolang de brutowinst significant hoger is dan het breakeven punt (dat men kan afleiden uit de resultatenrekening).
  15. De volgende stap is om de gevolgen van de voorraadvermindering voor de voorraad te berekenen. Zowel de inkoop- als verkoopwaarde van de voorraad aan het eind van de maand wordt hier berekend door de inkoop- en verkoopwaarde van de voorraadvermindering af te trekken van de inkoop- en verkoopwaarde van de voorraad aan het begin van de maand. In het voorbeeldrapport komen we dan uit op een voorraad aan het eind van de maand met een inkoopwaarde van € 26.502,50.
  16. Tenslotte berekenen we de brutomarge op deze voorraad (aan het eind van de maand) opnieuw. Als alles goed is gegaan, dan is deze exact gelijk aan de brutomarge op de voorraad aan het begin van de maand (in het voorbeeldrapport is dat 57,5%). Als dit niet zo is, dan is er echt iets fout gegaan met de berekening.

 
 
 

 
suggesties
suggesties

Index