Innovatie

Omloopsnelheid

De omloopsnelheid is een kengetal dat aangeeft hoe vaak een detaillist dezelfde euro kan investeren in zijn voorraad gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar, maar het kan ook een maand, kwartaal of seizoen zijn). 

De omloopsnelheid meet dus hoe vaak de voorraad van een afdeling, (sub)categorie of specifiek artikel ‘over de kop’ gaat gedurende een specifieke tijdsperiode. Het is van groot belang dat duidelijk wordt aangegeven over welke tijdsperiode een omloopsnelheid betrekking heeft.

Een hulpmiddel bij de interpretatie van de omloopsnelheid is om dit kengetal te standaardiseren naar een tijdsperiode van een jaar (dus een omloopsnelheid over een periode van een maand wordt dan vermenigvuldigd met 12, zodat je de omloopsnelheid over een jaar krijgt, ervan uitgaande dat deze alle 12 maanden gelijk blijft).

Waarom is de omloopsnelheid van belang?
Detaillisten investeren het meest in hun voorraad, en dit is tegelijkertijd een van de meest kwetsbare onderdelen van hun bedrijf. De omloopsnelheid is een zeer belangrijke indicator voor de prestaties/productiviteit van een winkel. Het geeft aan hoe goed men omgaat met de voorraad. Hoe sneller en efficiënter dat een winkel haar voorraad kwijtraakt, des te beter. Het berekenen van de omloopsnelheid stelt een detaillist in staat om:

  • Minder (onnodig) te investeren in de voorraad – alleen de benodigde voorraad  om tegemoet te kunnen komen aan de wensen en behoeften van de klant wordt ingekocht.
  • Minder voorraadrisico te nemen. Aangezien er minder voorraad wordt ingekocht (bij hoge omloopsnelheden), hebben we minder slechtlopende artikelen op voorraad, en dus ook minder prijsreducties.
  • Lagere verkoopprijzen te rekenen – als de omloopsnelheid hoog is, dan is er een lagere winstmarge noodzakelijk om hetzelfde of zelfs een beter bedrijfeconomisch resultaat te halen. Bijvoorbeeld: als een winkel tien T-shirts per maand verkoopt met een brutowinst van 20 euro op elk shirt, dan maakt deze winkel per maand 200 euro brutowinst op deze T-shirts. Echter, als deze Wereldwinkel 20 T-shirts per maand verkoopt tegen een brutowinst van 15 euro op elk T-shirt, dan maakt deze winkel in totaal een brutowinst van 300 euro (dat is 50% meer). Dit klopt uiteraard alleen maar in het geval dat een lagere prijs er inderdaad toe leidt dat de klant meer T-shirts gaat kopen. 

Een vuistregel is dat je nooit meer dan 0,25 verbetering van de omloopsnelheid per seizoen moet inplannen in een assortimentsplan (of 0,5 verbetering van de omloopsnelheid per jaar). Een grotere verbetering is doorgaans niet haalbaar en dus niet realistisch. 

Berekening van de omloopsnelheid
De omloopsnelheid kan op twee verschillende manieren worden berekend:

1.      Kosten van de verkochte goederen                    = Omloopsnelheid
    Inkoopwaarde van de gemiddelde voorraad

Deze eerste berekeningswijze wordt vooral door bedrijven gebruikt die zelf producten en/of diensten produceren (fabrikanten, zakelijke dienstverleners e.d.). De kosten van de verkochte goederen is meestal afkomstig van de resultatenrekening, en deze wordt gedeeld door de som van de inkoopwaarde van de voorraad aan het begin van elke kalendermaand / 12.
Een hoge omloopsnelheid is overigens niet altijd een gunstig teken. Het kan ook zijn dat er te voorzichtig wordt ingekocht, met als gevolg een te laag voorraadniveau van elke afdeling en dus teveel nee-verkopen en gemiste omzet. Om dit goed te interpreteren is het van belang om de omloopsnelheid te vergelijken met die van andere winkels (‘calibreren’).

2.      Netto omzet                                                         = Omloopsnelheid
     Verkoopwaarde van de gemiddelde voorraad

Deze tweede berekeningswijze is meer geschikt voor de detailhandel. Deze methode is meestal eenvoudiger uit te voeren door een detaillist, omdat de omzet en de verkoopprijzen van de verkochte goederen meestal direct bekend zijn.
Tenslotte moet ook nog worden opgemerkt dat in bovenstaand voorbeeld bij berekeningswijze 2 de verkoopwaarde van de gemiddelde voorraad eigenlijk niet juist is berekend. Het is beter om niet alleen de verkoopwaarde van de voorraad aan het begin van elke maand op te tellen, maar hier de verkoopwaarde van de voorraad aan het eind van de laatste maand bij op te tellen, en dit bedrag te delen door 13 in plaats van 12.

Er zijn bedrijven die alleen de verkoopwaarde van de voorraad aan het begin van de eerste maand optellen bij de verkoopwaarde van de voorraad aan het eind van de laatste maand, en dit delen door twee. Dit kan echter tot omvangrijke inschattingsfouten leiden.


 
 
 

 
suggesties
suggesties

Index